Hoe de meester probeerde niks te zeggen

Sinds de aanleg van onze waterspeelplaat is ons schoolplein een nog rijkere omgeving geworden. Bij Tim en Max is vandaag de “doe het zelf wip” favoriet. Een oude, houten balk met een aantal dwarsplankjes erop gespijkerd. Als je hem oppakt, voelt hij zwaar. En wanneer je hem dan op de grijze eikenstam legt, heb je een schitterend speeltoestel. Adaptief buiten spelen, want het past zich precies aan aan wat jij doet.

doehetzelfwipTim en Max zijn al zo’n tien minuten bezig om met elkaar in balans te blijven. Een voetje wordt verzet, lichaamsgewicht verplaatst, het lukt allemaal. Zittend, hurkend, staand. Ik speel met de jongens mee. Dat voelt lekker, het kind in jezelf de ruimte geven. Bovendien voel ik een fijne verbondenheid met de jongens, die ook graag met mij de balk in balans willen houden. Ik heb er vandaag ook de ruimte voor, want op donderdag ben ik ambulant. Na een paar uur op een bureaustoel is dit erg prettig. Zo is buiten spelen bedoeld. Ontspannen, inspannen, actief en ontladen.

Als het tijd is om naar binnen te gaan, loop ik met een aantal leerlingen mee. Er zit wat zand in mijn schoen. Net als ik ga zitten op het bankje om dit eruit te halen, hoor ik een schreeuw bij de “doe het zelf wip” vandaan komen. Met zijn hand tegen zijn wang komt Max naar me toe. Dikke tranen biggelen over zijn wangen. Terwijl hij huilend vertelt, dat hij door Tim is geschopt, zoeken mijn ogen Tim al op. Die loopt met een verbeten tred naar de deur toe. Hij gaat tegen de muur staan, wachtend tot ik me bij de groep voeg. Ik neem beide jongens mee naar het kantoortje waar ik die dag werk.

Ik stel mijn eerste vraag. “Volgens mij ging het buiten niet helemaal goed?” En daarna houd ik mijn mond. Max steekt gelijk van wal. “Tim, ja die gaf mij een schop. En we waren daar gewoon aan het spelen. Toen schopte hij mij ineens”.

Tim reageert kortaf. “Dat is niet zo hoor”. Hij kijkt mij aan, met een norse blik. Beide jongens staan nog steeds. Ik zit op de stoel, met mijn handen rustig op mijn schoot. Ik moet me inhouden om niet aan de discussie deel te nemen. Ik ken de jongens, heb dit soort gesprekken gevoerd. Het is meestal de bekende soep, die niet zo heet gegeten wordt. Ik heb de neiging om er heel korte metten mee te maken, te zeggen dat ze elkaar met rust moeten laten. Maar kijkend naar hun lichaamstaal zie ik dat dat niet goed komt. De verbondenheid die ik voelde tussen Tim, Max en mij op het plein is er nu nog niet. Beide jongens staan nog steeds, naast elkaar maar met hun ruggen iets van elkaar af gedraaid.

Opnieuw zegt Max dat Tim hem uit het niets schopte. Tim reageert wederom kort. “Dat is niet zo hoor”. Nu reageer ik wel. “Volgens mij is er meer gebeurd, dan alleen dit.”

Beide jongens knikken, maar de verhalen en lichaamstaal zijn niet nog steeds niet afgestemd. Tim kijkt me opnieuw aan, iets minder nors. Ik weet me nog steeds stil te houden. Tim vertelt uiteindelijk dat hij op de hoge kant van de wip stond, dat hij de trommel hoorde die het einde van de pauze aangeeft, en dat hij van de wip afklom. Daarbij raakte hij de arm van Max. Die antwoordt dat hij nog gewoon even wilde spelen, en dat hij de trommel misschien niet helemaal had gehoord. “Echt wel hoor Max, die had je echt wel gehoord”, reageert Tim. “Ja maar, dan hoef je mij nog niet te schoppen”. “Dat heb ik ook niet gedaan. Ik klom naar beneden en toen raakte ik je arm”.

Gelukkig, het gesprek komt op gang, ik krijg alles ook wat beter op een rijtje en de jongens draaien letterlijk naar elkaar toe. Als ik dat laatste noem, en de jongens vraag om echt eens naar elkaar houding te kijken, giechelen ze een beetje. “Weten jullie nog hoe je net, een minuut of drie geleden, stond?” Tim en Max kijken me niet begrijpend aan. Ik laat ze zien wat ik bedoel, door de jongens te draaien. Ik maak letterlijk weer contact met ze, en zij ook met elkaar. Ik trek en duw wat aan de schouders van beide heren, zij kijken naar elkaar en lachen. De ontspanning die er op het plein was, lijkt weer terug te zijn. En om de draai richting elkaar door te zetten naar het perspectief van de ander, vraag ik nog even door.

“Zeg Max, kon het ook niet zo zijn dat Tim je helemaal niet schopte. Maar dat hij naar beneden klom, zijn evenwicht probeerde te houden en je toen raakte”? Terwijl ik dit voordoe, kijkt Max aandachtig. “Ja, dat zou wel kunnen ja”. “En Tim, wat zou er gebeurd zijn als je was blijven zitten?” “Dan was ik misschien alleen iets later binnen geweest?” “Dat denk ik ook ja. Enne, Max. Als jij nu gelijk toen je de trommel hoorde, naar de rij was gelopen, was dit toch ook niet gebeurd?” Beide jongens kijken elkaar aan, en lachen breeduit. De kwartjes zijn gevallen. “Ja hoor meessie, mogen we nu naar de klas?”

Advertisements
Dit bericht werd geplaatst in Column, Pedagogische tact, Spel en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s