Koppen

Als er zo’n tweet langskomt, klik ik er meestal wel. En met een stevige, prikkelende kop is het natuurlijk helemaal makkelijk.

Maar ja, dan is het wel jammer dat het in mijn ogen toch een beetje een storm in een glas water is. Het artikel zelf namelijk gaat niet diep op de vraag die in de kop staat. Het is een goede beschrijving van de werkwijze van Perron 07, een kinderopvang in Den Haag volgens de filosofie van Reggio Emilia. Niks mis mee uiteraard. Maar toch kan ik me wel storen aan de soms tendentieuze titels en koppen die geplaatst worden bij artikelen.

Het moet, denk ik, een bedrijf als Cito ook zorgen baren dat hun naam gelijk alarmbellen doet rinkelen bij mensen. Het is een soort van Pavlov reactie geworden, noem Citotoetsen in een zin met kinderen of school en de verhalen zijn niet van de lucht. Er is genoeg aan te merken op de toetsen van Cito. Toch zou een wat nuchterder kijk wat mij betreft niet verkeerd zijn.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

We lopen hopeloos achter!

Tja, wie beweert nu nog dat vernieuwing van het leren niet urgent is?” Dat was een van de reacties op deze foto:

wpid-img_20141115_184451.jpgHet antwoord werd gegeven door Ida, een 9-jarige leerling van De Vallei uit Elst. En je kan er van zeggen wat je wilt, maar het is een antwoord dat getuigt van inzicht en originaliteit.

Ik heb gisteren al een korte dialoog gevoerd met Eric Razenberg en Claire Boonstra. Van eerstgenoemde kwam ook de quote, waarmee ik dit blog open. Ik ben het ten dele met hem eens. Het beeld echter dat geschetst wordt, moet wel bijgesteld worden vind ik. Binnen onderwijs wordt wel degelijk vernieuwd. Er zijn voldoende initiatieven te noemen, die op pedagogisch of didactisch vlak proberen zaken in beweging te zetten. Denk aan hetkind, New Pedagogies of Maker Education. Genoeg te kiezen dus.

Waar wel wat in schort, is in wat we toetsen. In hoe we toetsen. In wat we belangrijk en van waarde vinden. Daar heb ik hier eerder over geblogd. De vraag uit het voorbeeld kan een legitieme vraag zijn. Dit is namelijk afhankelijk van wat je jouw leerlingen wil leren. Als het de bedoeling was om een atlas te hanteren, en ze een kaart leren gebruiken, is deze vraag een goede mogelijkheid. Multiple choice heeft wel een beperkende factor in zich, en dat is hier ook duidelijk te zien. Er zijn meerdere manieren om een goede vakantiebestemming te kiezen. Niet veel mensen zullen er voor kiezen om een atlas te gebruiken. Of een methodeboek aardrijkskunde.

Daar gaat het in mijn ogen niet om. Onderwijs moet gevuld zijn met diepere leerervaringen. Maar om die diepere ervaringen te kunnen bereiken heb je ook wel een basiskennis nodig. Zoeken op internet geeft je de beschikking over honderden kaarten, pagina’s met tabellen en grafieken rond weer, verkeer, temperatuur en neerslag. Via Nutteloze Feiten kun je zelfs vinden dat een gemiddelde regendruppel 6 gram weegt. En dat is iets wat je kan gebruiken, als je dat nodig hebt. Maar wanneer heb je dat nodig?

Om goed en veilig in het verkeer te rijden met een auto, moet je wel de vaardigheid hebben om het voertuig te besturen. Geen instructeur zou het in zijn hoofd halen om, zonder op een wat rustiger deel Nederland te oefenen, een leerling die zijn eerste les heeft in de spits de snelweg op te sturen. Basiskennis is nodig. Dat je vervolgens die basiskennis moet kunnen uitbreiden met dingen die jij interessant vindt, boeiend vindt, waard vinden om te kunnen, lijkt me ook logisch. Het gaat in het debat om toekomst van het onderwijs nogal snel over de uitersten. En dat vind ik jammer. De vernieuwing is er echt wel. En het tempo waarin dat gebeurt is ook niet zo hoog als sommigen ons willen doen geloven.

Uiteindelijk zal alles goed komen. Tot die tijd past het antwoord van Ida met gemak in het rijtje van deze site. Een stapel antwoorden, die getuigen van inzicht en originaliteit.

 

Geplaatst in Column, Onderwijs en media, Onderwijs en toetsen, Overpeinzingen | Tags: , , , | 1 reactie

… en lekker husselen

Dit keer een wat meer praktisch blog. In het kader van ‘beter goed gejat dan slecht bedacht’ ben ik in de groep aan de gang met husselteksten. Het idee kwam via een tweet van Jeroen Smits. Basisidee is simpel. Maak een tekst, verdeel hem in stukken en hussel deze. Laat de leerlingen vervolgens uitzoeken wat de correcte volgorde is. Kijk daarna een filmpje om het antwoord te controleren en bespreek kort na.wpid-20141105_111004.jpg wpid-20141105_111039.jpg

De teksten heb ik via de site van SchoolTV gehaald. De korte clipjes daar hebben een PDF erbij met de letterlijke tekst uit de clip. Deze kun je dan in Word verwerken tot een husseltekst. Bijvoorbeeld deze over kloosters, of deze van Karel de Grote.

Ik realiseer me terdege dat dit een oefening is, waarbij wellicht een wenkbrauw de lucht in gaat. Want dit soort husselteksten komt in Cito toetsen voor. Klopt als een bus. Maar het is een vorm waarmee je het tekstbegrip van je leerlingen ook kan oefenen. Er moet kritisch gelezen worden. Ze moeten de verwijswoorden in de teksten herkennen. Ze moeten goed lezen en nadenken of de tekst wel in een logische volgorde.

Door zelf een ronde te lopen, kun je snel kijken of ze het goed hebben. Ik liet de leerlingen hun handen omhoog steken, en checkte daarna snel wat hun uitkomst was. “De eerste drie zijn goed, maar bij vier, vijf en zes is de volgorde nog niet goed“.

Ik merkte in ieder geval een enorm hoge betrokkenheid bij de leerlingen, en dat werd gekenmerkt door een mooi stukje feedback dat ik kreeg van een van hen:

Geplaatst in In de klas, Lessen, Onderwijs en media | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Over de rekentoets

Hoewel ik me voornamelijk bezig houd met primair onderwijs, volg ik met veel interesse de discussie rond de rekentoetsen in het VO. Tijdens mijn bezoek aan Cito kwam het al ter sprake. Ik heb geen grote kennis van het construeren van toetsen, en de verantwoordelijkheden van examens en toetsen gaan langs veel schijven. Maar ik vind het wel frappant om te lezen dat het College van Examens een verzoek tot openbaarheid van de opgaven van de rekentoets afwijst. Karin den Heijer @kdenheijer en Ronald Buitelaar @ronaldbuitelaar hadden hier, middels een WOB, een verzoek voor gedaan. Op Ronald’s blog hebben zij de afwijzingsbrieven gepubliceerd. Absoluut het lezen waard.

Zoals ik al meldde, mijn kennis van het construeren van toetsen is niet groot. In de afwijzing zag ik wel een aantal dingen staan, dat me vreemd voorkwam. Zo wordt het innemen, controleren en terugsturen van papier toetsopgaven “onuitvoerbaar” genoemd. Dat is een reden waarom papieren opgaven wel na afloop van een examen in te zien zijn. Moeilijk klus, uiteraard. Onuitvoerbaar lijkt het me daarentegen niet.

Het grootste bezwaar tegen de afwijzing zit voor mij in het feit dat je als leerling niet de mogelijkheid om na afloop te zien wat je fout gedaan hebt. De foute antwoorden kun je zien, maar je krijgt niet te zien welke opgave daar dan bij hoorde. Gelukkig komt er wel een indicatie van je vaardigheidsniveau op een van de vier domeinen. Daar schiet je echter weinig mee op. De meest minimale vorm van feedback die je moet kunnen krijgen in onderwijs, is of je antwoord goed of fout is. Maar daar leer je verder weinig van. Feedback op je proces of strategie is vele malen waardevoller. En daar heb je concrete, precieze informatie voor nodig. Oftewel, opgave EN antwoord!

Ik ben benieuwd hoe dit zich verder gaat ontwikkelen. Op Twitter bleek al dat verschillende politici zich aansluiten bij de roep meer openheid en transparantie, vooral ten dienste van de leerlingen.

Geplaatst in Onderwijs en overheid, Onderwijs en toetsen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Jij bent de beste!

Een groep ouders heeft de boom in onze hal met papiertjes laten versieren. Geen echte boom uiteraard, een gezaagde houten aanplakpaal in de vorm van een boom. En dat laten versieren werd gedaan door leerlingen van De Schatkamer. Dit gebeurde in het kader van de Dag van de Leraar. De leerlingen schreven een compliment aan hun meester of juf op een kaartje, en deze werd op de boom geplakt. En zo vulde het groene vlak zich met complimenten.

dagvdleraarIk was ook met mijn groep naar de hal gelopen. De kaartjes waren al uitgedeeld in de klas, de quotes waren geschreven en de plakbandjes waren ‘ready for duty’. De leerlingen lazen de verschillende andere complimenten die gegeven waren, knikten of humden instemmend. Damian stond naast me, en wilde zijn kaartje voorlezen. “Weet je wat ik geschreven heb meessie? ‘Mijn coach verdient een 10, want ik vind hem de beste meester’. Waar mag ik hem ophangen? Is hier nog plek?” Damian keek me met glimmende ogen aan.

Ik voelde me eigenlijk ietwat opgelaten. En ik begon, als een ouderwetse schoolmeester, te vertellen dat ik zijn compliment vond, maar dat dat ook wat betekende voor de andere meesters bij ons op school. Dat zij ook goede meesters zijn. Dat zij ook hard werken, toffe lessen verzinnen en met hun leerlingen het onderwijs kleur geven.

Ondertussen bleef Damian me aankijken. En met een licht hoofdschudden zei hij “Ja leuk, maar ik vind jou gewoon de beste!”

Geplaatst in Column, In de klas, Overpeinzingen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Oortjes

luisterenVandaag isTom bij mij in de klas. Een stagiair, tweede klas van de lerarenopleiding basisonderwijs. Hij geeft lessen, observeert mijn activiteiten, vraagt en reflecteert veel. En uiteraard ziet hij mij ook aan het werk.
Ik laat hem aan het eind van de dag het blog over van @FransDroog zien. Het gaat over luisteren en de vaardigheden en routines die je daar als leraar voor nodig hebt. Niet het luisteren van jou, maar het luisteren door leerlingen naar jou. “Ik zie en hoor dat jou inderdaad ook doen” zegt Tom. “Jij probeert om heel rustig te blijven praten, als je iets wilt overbrengen naar de kinderen”. Dat klopt inderdaad.

Ik merk dat er heel subtiel een rust de klas binnen komt, waar het prettig werken is. Door zelf actief bezig te blijven met mijn handelen, werken de kinderen ook prettiger. Het wordt een fijn vliegwiel, waarin iedereen goed gedijt. Ik weet dat Tom deze tips ook meeneemt. Ik hoop dat hij ze ook deelt met medestudenten, een intervisiegroep wellicht. Zodat dit soort, ogenschijnlijke simpele kennis gedeeld wordt en gebruikt wordt.

Nu hopen dat ook de mensen die onze toekomstig collega’s opleiden, of die juist professionaliseringtrajecten verzorgen dit ook lezen en leren. Want ook daar is soms nog veel te winnen, zo laat de tweet van @MarliesSchoonen zien:

Geplaatst in In de klas, Lessen | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Face to facetime

Je kunt er zo ongeveer de klok op gelijk zetten. Er komt een keer in de zoveel tijd een bericht uit dat een nadeel van digitale middelen laat zien. Het bericht op NUnl van 25 augustus past in die categorie. ‘Kinderen minder goed in lezen emoties door digitale media‘ kopt de internetkrant.

Het probleem met dit soort artikelen is de stelligheid die er uit lijkt te komen. Wanneer je namelijk doorklikt op de link, kom je op het daadwerkelijke onderzoeksresultaat uit. Hier is veel meer informatie te halen, dat een stuk genuanceerder leest. De kop is ook anders: “Five days at outdoor education camps without screens improves preteen skills with nonverbal emotional cues“. Daarboven op komt dat de scores die door NUnl genoemd worden, niet als zodanig terug te vinden zijn in de test. NUnl mengt pre- en post-test scores, waardoor de vergelijking oneerlijk wordt.

micronet-computer-education_1Is dit dan een pleidooi om het complete onderwijs te ‘beschermen’? Natuurlijk niet. Moet alles dan bij pen en papier blijven? Ook dat niet. De oproep die de onderzoekers in hun conclusie doen, moet weerklank krijgen. “The results of this study should introduce a much-needed societal conversation about the costs and benefits of the enormous amount of time children spend with screens, both inside and outside the classroom.” Sociale interacties zijn heel moeilijk te leren van een scherm, maar daar zijn levensechte interacties voor nodig. De hap-slik-weg artikelen zoals NUnl die publiceert, helpen hier niet bij. Ze dragen bij aan een debat waarin de oneliner hoogtij viert.

Scholen en leraren moeten zich door dit soort zaken dan ook niet gek laten maken. Het is van belang om een goede afweging te maken, op basis van argumenten en onderzoeken. Maar doe dit wel samen met elkaar, met ouders, met leerlingen. Neem de tijd voor een echte dialoog, waarin een ieder tot zijn recht komt. Zodat de snedige opmerkingen en half ingevulde gedachten achterwege kunnen blijven. Dan is er namelijk ook ruimte om echt uit te pluizen wat je belangrijk vindt. Je hebt dan de mogelijkheid om wetenschappelijke inzichten mee te nemen in. Ik hoor vaak dat mensen ‘die iPad-scholen helemaal niks’ vinden, zonder er ooit een gezien te hebben. Maar hetzelfde geldt ook voor traditionelere scholen. Fervente voorvechters van alles wat ‘hip and happening’ is, zetten dit vaak als achterhaald of uit de tijd.

De waarheid ligt meer in een combi van inzichten, maar het moet passen bij wat je wil bereiken. En om dat helder te krijgen, heb je echt verbinding met elkaar nodig. Face to face graag.

Geplaatst in De school, Onderwijs en ICT, Onderwijs en media, Overpeinzingen | Tags: , , , , , | 1 reactie

Omhelzing

Ik begeleid twee grootouders naar de plek waar ze op hun kleinzoon wachten als hij uit school komt. Zij staan daar, stralend bij de eerste keer dat ze hem de deur van school uit zijn komen. En terwijl ik terug loop naar het plein, voel ik twee armen om me heen. Een gemeende  omhelzing van jou, een meisje uit groep 5. Ik kijk naar beneden en zie je staan, dicht tegen me aan. Ik kan merken dat je vrolijk bent nu. Dat was vandaag ook anders.

Je zat boven aan de trap. De pauze was niet zo leuk geweest, en de drukte om je heen bij het naar binnen gaan, was even te veel. En je weet heus wel dat op een gegeven moment de klas weer in moet. Maar het is nog even te veel. De eerste stap is moeilijk om te zetten.

Je klemde stevig je knieën vast, hoog tegen je lijf getrokken. Ze gaven je bescherming, steun, warmte. Met je hoofd steunend op je benen – je neus wordt een ietsje platgedrukt – keek je door de grote hal. Je juf had al even met je gepraat. Aan een kleine blik had je genoeg. Je mocht even blijven zitten. Maar de eerste bleef moeilijk om te zetten.

Mijn uitgestoken hand nam je aan. Het contact was er, en we liepen samen naar de klas. Je had niet door, dat ik even knipoogde naar je juf.

Jij was weer terug in je eigen groep. Een fijne warme omhelzing volgde.

Geplaatst in Overpeinzingen, Pedagogische tact | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Omdat het moet …

Voor een goed gesprek over onderwijs ben ik altijd te porren. Wakker maken, liever niet, ik hecht wel aan mijn nachtrust. Maar samen met collega’s de benen op tafel leggen en met een kop koffie dromen over welke weg je wilt gaan met je klas, heerlijk! Open en vrij je wensen delen, zorgt dat er een positieve sfeer komt. Je krijgt zin om de handen uit de mouwen te steken en aan het werk te gaan om de zaken te regelen voor je klas. Een studiedag kan dan lekker meehelpen.

Laatst hebben we een dag gehad, waarbij een enthousiaste adviseur zijn visie op onderwijs liet zien. Het werkte aanstekelijk, en dat zag ik ook terug bij collega’s. “Ik wil namelijk dat jullie als leraren soms gewoon met een kind kunnen gaan zitten. En dat je dan echt de tijd hebt. De tijd, om te praten over wat dat kind bezig houdt. Dat wil ik!“. Instemmend geknik, glimmende ogen. “En als er dan een toets gedaan moet worden, van Cito, dan doen we dat.

Eeh, pardon? Een toets die moet, omdat Cito dat zegt?

Uiteraard krijg je als adviseur met dit soort opmerkingen de lachers op je hand, en wordt het knikken nog instemmender. Je positioneert je producten ook zo, dat het precies is wat de leraar nodig om met zijn kinderen aan het werk te gaan als tegenwicht tegen het toetsen. Maar om nu, wetende dat het volslagen onzin, te beweren dat de toetsen moeten van Cito, vind ik erg raar. Cito heeft een flinke vinger in de Nederlandse onderwijspap. Daar is weinig twijfel over. Het tijdschrift Didactief heeft daar een dossier over op hun site. Ik ben zelf op bezoek geweest bij Cito in Arnhem vorig schooljaar.

Het moet altijd een keuze van de school zijn, in samenspraak met de leraren die er Studiedagonderwijs vorm geven, om bepaalde middelen te gebruiken. En dat geldt zeker voor het deel rond toetsen. Het is een heet hangijzer, ze worden te pas en te onpas gebruik om aan te geven wat er allemaal niet mis is in het onderwijs en ze zijn ook nodig. De vorm moet je echter zelf kiezen. Daar moet je als school een beslissing in nemen. De inspectie schrijft dit niet voor, en Cito ook niet.

Alleen, het is wel lekker makkelijk. “Het moet van Cito“. Dan leg je de verantwoordelijkheid buiten jezelf. Ik kan er niks aan doen, het moet van Cito. En dan doet een externe adviseur, die buiten wat materiaal en dosis inspiratie verder niks doet in jouw klas, nog een duit in het zakje door stevig te framen. Zie je wel, hij zegt het ook. Het moet van Cito!

Waarom gaan we zo makkelijk extern attribueren bij dit soort zaken? Bij kinderen accepteren we dit immers ook niet. “Ja, ik gooide het gummetje wel door de klas. Maar dat moest van hem!” Als iemand zoiets zegt, wijs je hem ook zijn verantwoordelijkeid, op de keuze die hij zelf maakt.

Toetsen moet niet van Cito. Je moet het doen, omdat jij het gebruikt en inzet om je onderwijs mooi te maken. Niet meer, niet minder.

Geplaatst in Column, In de klas, Onderwijs en toetsen, Overpeinzingen | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Wat vind jij van jouw school?

Ik ben er groot voorstander van om alle betrokkenen rond onderwijs mee te laten praten over onderwijs. “Wat vind je van …” is dan een vaak gebruikte vraag. Deze tweet van Kees Vendrik sprak mij dan ook gelijk aan:

De link leidt naar een website van de Algemene Rekenkamer. Zij starten een onderzoek naar de kwaliteit van schoolgebouwen, voornamelijk vanuit functionele aard. “Met jullie antwoorden en foto’s willen we de geschiktheid van de gebouwen voor het onderwijs laten zien.” En daar wil je zeker over meepraten. Als ouder zijnde, maar ook als leerling. Ik zeg, doen!

Geplaatst in De school, In de klas, Onderwijs en overheid | Tags: , , | Een reactie plaatsen